Screening

Voor vrouwen met een verhoogd risico op borstkanker is het advies de borsten regelmatig te laten controleren. Voor mannen is er geen borstscreeningsadvies.

Om borstkanker in een vroeg stadium te kunnen ontdekken, wordt geadviseerd om je borsten regelmatig te laten controleren. Afhankelijk van de mutatie, kun je er ook voor kiezen om je borstweefsel preventief te laten verwijderen. Het risico op borstkanker wordt dan zo laag dat geen controles meer nodig zijn. Er is geen dringend advies om voor het preventief verwijderen van het borstweefsel te kiezen. De overlevingskansen bij preventief opereren of regelmatig screenen zijn nagenoeg hetzelfde.

Hoe vaak moet je je borsten laten controleren?
Screening, oftewel regelmatige controle van de borsten, verkleint niet het risico op borstkanker. Screening is erop gericht om borstkanker in een zo vroeg mogelijk stadium te ontdekken. Zo kan eventuele kanker snel worden behandeld en is de kans op overleving groter.
Vindt de arts bij de controles een afwijking? Dan volgt verder onderzoek.

Zorg dat je je borsten goed kent. Is je screening al even geleden en bemerk je toch een afwijking, ga er dan altijd mee naar je huisarts.

Let op!
Het is het advies om het MRI-onderzoek te doen 8 tot 14 dagen nadat je ongesteld bent geworden. Het klierweefsel kan anders niet goed worden beoordeeld.

Klik hier voor het screeningsadvies dat aansluit op jouw persoonlijke situatie: kies het schema dat van toepassing is op jouw risico of voorgeschiedenis, en volg op basis van je leeftijd het bijbehorende controleschema.

Bron: Richtlijn borstkanker

Soms worden afwijkende leeftijdsgrenzen voor controle geadviseerd in verband met je familiegeschiedenis.

Geen borstkanker gehad?
Schema A

Schema B

Schema C

Wel borstkanker gehad?
Schema 1

Schema 2

Veelgestelde vragen over screening
Kan een mammografie bij BRCA-mutatie de kans op borstkanker nog verder verhogen?
Zo nu en dan komt in het nieuws dat een mammografie bij vrouwen met een BRCA-mutatie het risico op borstkanker nóg hoger maakt. Dit is veel te stellig. Er is namelijk nooit uitgebreid onderzoek naar gedaan. Bij mammografie is de radioactieve straling zo laag, dat dit geen reden is om geen mammografie te doen.

Is thermografie een goede manier van screening?
Thermografie zou kanker opsporen door een warmtemeting. Thermografie is in onze ogen geen alternatieve screeningsmethode voor de mammografie. Er is geen wetenschappelijk bewijs dat deze methode daarvoor geschikt is. Een thermografie laat temperatuurverschillen in de huid zien met behulp van infraroodopnamen. Infrarood kan niet diep door de huid heen dringen. Tumoren zitten dieper in het weefsel. Hierdoor is deze methode niet gevoelig genoeg om tumoren op te sporen, zeker niet in een vroeg stadium. Ook kunnen verkalkingen (die een voorstadium van kanker kunnen zijn) niet worden gevonden met thermografie. Als er een afwijking wordt gevonden met thermografie, kan dit ook een ontsteking zijn en geen (beginstadium van) kanker.

Moet je zelf je borsten onderzoeken?
Maandelijks zelfonderzoek wordt niet aangeraden, maar je borsten kennen is belangrijk. Heb je afwijkingen die langer dan een paar weken blijven zitten? Dan is het verstandig om naar de huisarts te gaan. Een goede uitleg over hoe je je eigen borsten kunt controleren, vind je hier.

Stress rondom screening
Jaarlijkse screening is voor sommige vrouwen geen feestje. De screeningsonderzoeken confronteren hen met het feit dat ze (mogelijk) een verhoogd risico hebben op borstkanker. Daarnaast worden een mammografie en MRI vaak als vervelende onderzoeken ervaren.

Regelmatige screening kan niet voorkomen dat je borstkanker krijgt. De controles richten zich op het vroeg ontdekken van borstkanker. Het kan vervelend zijn dat je je regelmatig moeten laten controleren op sporen van kanker. Zo vinden veel vrouwen een mammografie pijnlijk of vervelend. De arts kan tijdens de controles ook afwijkingen ontdekken die bij verder onderzoek toch geen kanker blijken te zijn. Er zijn vrouwen die door de controles banger worden om borstkanker te krijgen. Daarom kan het zijn dat je twijfelt of de onderzoeken zin hebben. Praat daarover met je (huis)arts. Ook kun je tijdens de controle-onderzoeken vragen stellen aan je arts. Als je veel last hebt van spanning en stress rondom screening, kan een maatschappelijk werker of psycholoog je daarbij ondersteunen.